marjorie-westerhof-bonito

Training: vergelijk jezelf niet met je paard

Wij mensen hebben vaak de neiging om onze eigen gevoelens te projecteren op het paard. Bijvoorbeeld als wij het koud hebben, krijgen we snel het idee dat het paard dat ook heeft. En als we een bepaalde inspanning zwaar vinden, denken we vaak ook dat onze paarden heel hard aan het werk zijn. Echter, in heel veel opzichten zijn paarden helemaal niet zo goed te vergelijken met de mens. Het is goed om je daar bewust van te zijn als je gaat trainen met je paard. In deze blog bespreek ik een aantal eye-openers zodat je voortaan met nog meer respect naar je paard kijkt en hopelijk nog wat bewuster bent van wat je nu eigenlijk aan het trainen bent (met dank aan Carolien Munsters).

1. Paard als topatleet

Het paard is van nature een topatleet. De mens stelt daarbij maar weinig voor helaas…

De hoeveelheid bloed die een paard per minuut door het lichaam kan pompen is te vergelijken met 6 badkuipen vol. Een mens kan maar 10% daarvan rondpompen in een minuut. Al dat bloed bevat zuurstof om naar de organen/spieren te transporteren. Hoe meer zuurstof beschikbaar, hoe groter je inspanningsvermogen. Vanuit menselijk oogpunt onderschatten wij dus heel vaak het inspanningsvermogen van onze paarden.

training-paard

2. Lage rusthartslag

De rust hartslag van een paard wordt niet beïnvloed door training en is van nature veel lager dan bij een mens: 28-40 beats per minuut (bpm) in vergelijking met 60-100 bpm bij de mens. De rusthartslag van de mens kan lager worden bij betere getraindheid. Het is gunstig om met een rustiger hartslag te starten dan met een hogere hartslag. Hoe sneller het hart moet pompen, hoe meer inspanning dat kost en hoe sneller je moe bent.

3. Snellere ademhaling & betere ventilatie

Het aantal ademhalingen per minuut kan bij een paard van 10-15 in rust naar 120-150 bij topinspanning stijgen. Bij de mens is dit verschil veel kleiner, van 12-15 in rust naar 30 bij topinspanning. Dit betekent dat de ventilatie per minuut bij paarden ook vele malen hoger ligt, tot wel meer dan 2000 liter/min. Bij de mens is dit maar >100 liter/min. Ventilatie betekent uitwisseling van lucht in de longen, zuurstofrijke lucht naar binnen (inademing), zuurstofarme lucht naar buiten (uitademing). En die zuurstof maakt langdurige inspanning weer mogelijk zonder te verzuren.

4. Koelen!

Paarden koelen veel minder goed af dan mensen. De mens heeft in verhouding minder spieroppervlak en meer huidoppervlak, we worden moeilijker warm, maar koelen daardoor ook weer sneller. Paarden hebben juist veel meer spiermassa, 42-55% van hun lichaamsgewicht bestaat uit spierweefsel, en zijn in verhouding 6x zwaarder dan de mens, echter maar 2,5x groter. Koelen is essentieel voor spieren, omdat spieren en pezen uit eiwitten bestaan en deze stollen als de lichaamstemperatuur te hoog wordt, wat uiteraard erg schadelijk is. Na een training je bezwete paard onder het solarium zetten is dus geen goed idee! De spieren warmen daardoor nog meer op! Gewoon een goede cooling-down inlassen is het beste, dus uitdraven na flinke inspanning en de tijd nemen om de hartslag weer naar de rustwaarde te laten zakken in stap.

5. De warming-up

Ben je echt de spieren aan het opwarmen? Als we het puur hebben over het opwarmen van spieren, dan gebeurt dat niet in de stap. Draf en galop zijn nodig om het lijf op te warmen. Als we het hebben over de gewrichten, die zijn al veel minder goed doorbloed dan spieren en hebben dus nog meer moeite om warm en soepel te worden. Met alleen stap red je het dus niet. Als je dan kijkt naar wat de gemiddelde basisruiter doet wat training betreft, is het gewoon een lange warming-up. Bijvoorbeeld 10 min stappen, 5-10 min draven, weer stappen, paar minuten draven, paar rondjes galop, weer stappen of draven, wat rondjes galop de andere kant op en uitstappen. Hier zit natuurlijk wel variatie in w.b.t. oefeningen en de moeilijkheidsgraad daarvan, maar die hoeven niet altijd invloed te hebben op de hartslag. Voor het optimaal functioneren is het echter wel erg belangrijk dat de spieren warm genoeg zijn. Hoe weet je dan of het zwaarder wordt voor je paard? Juist, door de hartslag te meten.

6. Training of beweging?

Voor een getraind sportpaard is een ontspannen rijproef (tot en met Z niveau) wat hartslag betreft een hersteltraining. De hartslag in stap ligt tussen de 60 en 75 bpm, in draf 90 – 110 bpm en in galop 100-120 bpm. Alles onder de 120 bpm is voor een paard een matig intensieve training. Bedenk echter wel dat veel recreatiepaarden en paarden in de basissport conditioneel vaak niet goed getraind zijn. Dat houdt in dat als je een conditietest doet, veel van deze paarden een te hoge hartslag hebben in draf en/of galop en dus te snel vermoeid raken. Dit komt doordat er te weinig gericht getraind wordt, er wordt over het algemeen zonder plan of trainingsschema met het paard gewerkt. Soms is er wel een plan voor welke oefeningen er gereden of verbeterd moeten worden, maar niet hoe de intensiteit van de training en de verdeling van de type trainingen over de week eruit moeten zien om ook daadwerkelijk het trainingsdoel- verbeteren van kracht, uithoudingsvermogen of snelheid- te behalen.

paard-mens

7. Vermoeidheid herkennen

Wat als je nou geen hartslagmeter hebt en toch wil weten of je paard vermoeid raakt. Er zijn natuurlijk wel een aantal symptomen waaraan je dat kan herkennen. Heb je een Fries, dan is dat weer extra moeilijk. Er is in onderzoek aangetoond dat Friezen van nature sneller vermoeid raken en dus ook eerder een hoge hartslag hebben, maar uiterlijk laten ze dat nauwelijks zien. Maar let in ieder geval op de volgende signalen:

  • De ademhaling gaat sneller en wordt meer hoorbaar
  • De neusgaten gaan wijder open staan
  • De coordinatie wordt minder, je merkt dat de controle over de bewegingen minder goed is en de oefening minder netjes uitgevoerd wordt of er vallen meer balken
  • Het tempo vertraagt
  • De motivatie wordt voelbaar minder, je moet je paard steeds meer ‘aansporen’ om door te gaan

Het op tijd herkennen van vermoeidheid is belangrijk omdat het je paard beschermt tegen overbelasting. Omdat paarden vluchtdieren zijn, geven ze het niet met grote signalen aan. Daarom is het belangrijk dat zowel jij als je instructrice je paard goed leren kennen, zodat je niet ongemerkt te lang doorgaat. Maar andersom kan ook het geval zijn, als je nooit eens de grens opzoekt in de training, boek je ook geen vooruitgang in conditie of kracht. En verwar je eigen vermoeidheid niet met die van je paard, sommige ruiters zijn heel hard aan het werk en als je dan de hartslag van hun goed getrainde paard meet, blijkt het paard met 2 hoeven in z’n neus de oefeningen uit te voeren.

In de endurance en eventing is het heel gebruikelijk om met een hartslagmeter te trainen. Op die manier kan je je paard gericht monitoren en een trainingsprogramma opstellen. Voor beide disciplines is uithoudingsvermogen nodig, bij eventing wordt daarbij ook snelheid en kracht gevraagd. Maar in de dressuur, spring- en westernsport zijn er ook speficieke trainingsdoelen. De volgende blog zal gaan over of je traint wat je wilt trainen. Hoe bepaal je dat en hoe pak je dat vervolgens aan? En hoe stel je een efficient trainingsprogramma op?

Bronnen:

Cursus inspanningsfysiologie door Carolien Munsters

Afbeeldingen: www.emily-cole.com

Marjorie Westerhof

Marjorie Westerhof

m.westerhof@paard-en-osteopathie.nl

Ik ben Marjorie Westerhof, gepassioneerde osteopaat/chirpractor voor paarden en honden. Mijn doel is om samen met jou ervoor te zorgen dat je dier weer zo goed mogelijk kan bewegen, dat hij zich weer lekker in zijn lijf voelt en vrij is van blokkades die hem daarin belemmeren. De oorzaak van de problemen opsporen en behandelen, ik zal voor ieder individueel paard of hond proberen in te schatten wat hij nodig heeft.

www.paard-en-osteopathie.nl

Er zijn nog geen reacties

Laat een reactie achter