hypermobiel-paard

Hoe train je een hypermobiel paard?

In een eerdere blog heb ik uitgelegd dat ik onderzoek heb gedaan naar het bestaan van hypermobiliteit bij paarden. Aangezien er nog weinig over bekend is, heb ik veel gebruik gemaakt van onderzoeken bij mensen. Als humaan fysiotherapeut heb ik veel met mensen gewerkt die hypermobiel waren. Het sterker maken van hun spieren was een van de belangrijke middelen om deze mensen te helpen met hun klachten. De focus lag hierbij op het verbeteren van de STABILITEIT.

Er zijn een aantal rassen waar het normaal is dat ze leniger zijn dan een ‘gemiddeld’ paard, zoals de PRE en IJslander. Maar ik kom het ook wel tegen bij friezen, fjorden en met name de jonge, veel te grote KWPN’ers, die op 3 jarige leeftijd al ruim de 1.70m halen

Er is geen definitie voor hypermobiliteit, die bestaat bij paarden nog niet. Bij mensen weten we dat er sprake is van bewegingen in een of meerdere gewrichten die verder kunnen bewegen dan gemiddeld. Een voorbeeld is het overstrekken van de ellebogen en knieen of je duim tegen je onderarm kunnen duwen.

De stabiliteit van een gewricht wordt geregeld door ligamenten en spieren. De ligamenten regelen de passieve stabiliteit, dus in rust, de spieren de actieve stabiliteit, dus in beweging. Als de spieren slap zijn en de ligamenten ook, wordt de beweging van een gewricht dus niet op het normale punt gestopt, maar kan het gewricht verder door bewegen. Als je balletdanseres bent, kan dit best handig zijn. Maar als je een paard bent van + 1.70m en je moet met een ruiter door de bak, is dit knap lastig.

Hoe herken je een paard dat hypermobiel is, of gewoon erg lenig?

Ze hebben moeite met hun lijf in balans te laten lopen, ze zakken erg makkelijk met hun gewicht een beetje naar links of naar rechts. Dit vertaalt zich in het over de schouder weglopen, hun onderhals er wat uitduwen en de achterhand die niet in één lijn met de voorhand beweegt. Vaak is er geen sprake van een typische links of rechts gebogenheid, ze lijken wel een slang. De schouder naar links, de romp naar rechts en de achterhand weer naar links. Je wordt er als ruiter gek van!

s-curve-paard

Hoe train je deze paarden en zorg je dat dit verbetert?

Het belangrijkste is om je te realiseren dat het TIJD kost. Veel meer tijd dan bij een paard dat van nature wat stugger bindweefsel heeft. Als je gaat trainen wil je namelijk dat de spieren wat korter worden zodat ze de gewrichten beter kunnen ondersteunen, maar dat duurt heel lang. Zeg maar gerust een halfjaar tot een jaar (niet wetenschappelijk bewezen, op ervaring gebaseerd vanuit trainen van mensen en paarden).

Het doel is: verbeteren van de stabiliteit. Ligamenten zijn niet trainbaar, in de zin dat ze meer kracht kunnen leveren. Dat moeten de spieren doen. Het gaat hierbij o.a. om de kleine spieren (zie fig 1. De M. Multifidi) die vlak langs de ruggengraat liggen, niet de grote oppervlakkige spieren. Die worden vaak te veel gebruikt ter compensatie waardoor het paard weer rugpijn krijgt.

multifidus

fig 1. De M. Multifidi

Er is geen standaard trainingsprotocol voor paarden. Dus niet zoiets als dat je naar de sportschool gaat en 3x 15 herhalingen doet met een gewicht. Maar je kan de trainingsprincipes wel vertalen naar de training van je paard:

  • Het gaat hier dus vooral om de TECHNIEK, HOE je je paard laat bewegen. De finetuning van iedere oefening is essentieel.
  • Stabiliteit van een gewricht verbetert ook pas als de spieren zelf het werk gaan doen. Blijf je je paard vasthouden, gebeurt dat dus niet en leunt hij lekker op jouw spieren. LOSLATEN dus.
  • Het gaat om KLEINE bewegingen. Als je paard steeds over de linker schouder valt, corrigeer je dat en laat je LOS als hij recht is. Dit blijf je tot in den treure herhalen tot hij steeds langere stukken zelf rechtop blijft. Als je dit hebt bereikt, en dat kan een paar weken duren, kan je pas verder. Vergelijk het met een oefening als je zelf je balans gaat verbeteren, als je nog niet op een bal kan zitten zonder eraf te vallen, ga je er natuurlijk niet eerst op staan.
  • Stabiliteit wordt ook altijd minder bij vermoeidheid. En lenige paarden worden vaak sneller moe van dat ingewikkelde recht moeten lopen, dus hou het bij korte trainingen. KWALITEIT van de oefening staat bovenaan. Zorg dus dat de oefeningen een paar keer goed gedaan worden en stop dan, geef een rustmoment voor je verder gaat. Bij het trainen van een hypermobiel paard zal je dus vaker dan gemiddeld een rustmoment moeten inlassen, teugels lang en ontspannen, anders verzuurt je paard en dan gaat hij de verkeerde spieren gebruiken (o.a. de oppervlakkige rugspieren).
  • Het TEMPO is ook belangrijk, pas bij een rustig tempo krijgt hij de tijd om zichzelf te dragen.

De basis waaruit je verder kan

Het gevolg is dat je op een gegeven moment je paard zo hebt getraind dat hij zijn romp recht in het midden tussen de schouderbladen kan houden. De spieren rondom de schouders houden hem in evenwicht en de kleine rugspieren zorgen ervoor dat de rug in een rechte lijn meebeweegt, waardoor de achterbenen netjes in dezelfde lijn naar voren bewegen en steeds makkelijker verder onder het lichaam geplaatst kunnen worden (zie fig. 2). Dit is de BASIS van waaruit je verder kan en geeft het fijne gevoel alsof alles ineens vanzelf gaat! Maar reken er maar niet op dat je er dan bent, het blijft opletten! En bijhouden. Zet zo’n paard een tijd weg zonder training en je doet geheid een paar stappen terug. Dat betekent niet dat hij per se 7 dagen in de week getraind moet worden, doorgaans zou 3 a 4x per week voldoende moeten zijn.

schoftlift-schouder-borst

fig 2: borst en schouderspieren, welke de romp ondersteunen en kunnen liften of laten zakken.

Meerdere oefeningen

Vanuit de BASIS kan je stap voor stap meer oefeningen gaan introduceren waarbij je ook wat lengtebuiging vraagt. Maar blijf altijd weer op het zijn en het blijven van de rechtgerichtheid letten.

Andere oefeningen waar je paard sterker van wordt:

  • Balkjes training.
  • Heuvel training, met name in stap! In stap gebruiken paarden hun rug veel meer dan in draf. Uiteraard ook weer met mate en wel vanuit een recht lijf (geldt ook voor balkjes training).
  • Longeren ZONDER bijzet; die bijzet geeft anders weer fijn die steun waardoor hij zelf minder zijn balans hoeft te zoeken vanuit zijn eigen spieren. En een paard dat niet in balans is met bijzet longeren, geeft ook weer het averechtse effect dat de verkeerde spieren getraind worden.
  • Buitenrijden, waardoor er meer variatie is in ondergrond, hoogte en er is geen aanleuning van de bakrand.
  • Als ruiter zorgen dat je eigen core-stabiliteit in orde is, zodat het niet wiebel op wiebel wordt.

paard-balansIs dit nou zo specifiek voor alleen hypermobiele paarden van toepassing? Natuurlijk niet, dit geldt voor ieder paard en met name jonge paarden. Maar het heeft wel heel veel meer aandacht, tijd en geduld nodig om met een hypermobiel paard te trainen en de basis bevestigd te krijgen. En dat is wel echt belangrijk om te beseffen! Hou er ook rekening mee dat je hypermobiele paard makkelijk kan compenseren en daardoor vast gaat zitten, deze paarden hebben vaak baat bij ongeveer 3x per jaar behandelen. Meestal kan dit teruggebracht worden naar 1 of 2 x per jaar als ze sterker zijn en meer in balans. Dan is hun lijf ook beter in staat om excessen in beweging op te vangen (zoals flink bokken, uitglijden etc).

Marjorie Westerhof

Marjorie Westerhof

m.westerhof@paard-en-osteopathie.nl

Ik ben Marjorie Westerhof, gepassioneerde osteopaat/chirpractor voor paarden en honden. Mijn doel is om samen met jou ervoor te zorgen dat je dier weer zo goed mogelijk kan bewegen, dat hij zich weer lekker in zijn lijf voelt en vrij is van blokkades die hem daarin belemmeren. De oorzaak van de problemen opsporen en behandelen, ik zal voor ieder individueel paard of hond proberen in te schatten wat hij nodig heeft.

www.paard-en-osteopathie.nl

1 Comment
  • Jill

    29 mei 2017 at 17:34

    Optie bitloos… Met bit zijn ze immers meer gefocust om wat er in hun mond zit en minder wat er met het lijf gebeurd …. Werken en eten gaat niet goed samen…
    Ik weet dat het niet dé oplossing is, maar alle beetjes helpen.

Laat een reactie achter